Waarom? Daarom.

Vannacht is regenachtig, en ik kan de slaap maar niet vatten. (De slaap mij ook niet overigens, maar waar dat aan ligt moet je aan hem vragen.) Ik lig in bed, en in m’n hoofd blijft het maar spoken. Denken, denken, denken—over Nederland, vanavond. Nederland, en hoe ik het stiekem toch wel mis. Niet zozeer het land per se, maar vooral de mensen. Meteen maar een paar Skype-afspraken gemaakt voor dit weekend. Denken ook aan hoe ik hier nu helemaal verzeild ben geraakt—wat zijn in de afgelopen zesentwintig jaar nou de bepalende momenten geweest die me deze kant op hebben gestuurd? Heb ik mezelf verrast, anderen? Ik kan er maar lastig een antwoord op geven.

Van huis uit heeft het rusteloze er altijd wel een beetje ingezeten, denk ik. Ik kan me wel concentreren, maar het gaat in fases—na een tijdje wil ik weer wat anders doen. Zo’n ‘tijdje’ kan tien minuten zijn, of vijf jaar, maar als de tijd op is, dan komt de verandering er wel. Papa had daar ook altijd last van, en hoewel we niet altijd met hem mee gingen, veranderde ‘ie wel gemiddeld iedere vijf jaar van baan. Vaak met één of ander internationaal tintje. Misschien dat dat toch een blijvende indruk heeft achtergelaten.

Misschien waren het m’n lessen Engels van mevrouw Van der Hell? Haar omschrijven als een karakter zou haar zeer tekort doen, maar zij is wel de eerste geweest om mijn liefde voor de Engelse taal aan te wakkeren. Hoe? Met grammatica. Als een van de weinigen snapte zij dat alleen met heel erg goede grammatica je een taal heel erg goed kunt beheersen. Ik pluk er nog steeds iedere dag de vruchten van, en iedere keer als iemand me met mijn Engels complimenteert, denk ik nog even aan mevrouw Van der Hell en haar grammaticareader.

School is volgens mij ook heel erg belangrijk geweest, en dan vooral de Achtsprong en Odulphus. De één een basisschool in Zutphen, de ander een lyceum in Tilburg, maar beiden met een belangrijke overeenkomst: ze moedigden me aan, en ze lieten me m’n gang gaan. Ik herinner me nog goed dat mevrouw Van Haperen me op Odulphus uit m’n schulp liet kruipen door me in de PIT te planten. Ze zag iets wat ik toen niet zag, maar ze had het goed gezien. Het was fantastisch leuk, en het heeft me zoveel laten groeien, op zoveel verschillende manieren: met anderen omgaan, zelfwerkzaamheid, doorzettingsvermogen, regelkunsten, sociale vaardigheden—zelfs netwerken. Langzaam kreeg ik een idee van wat ik zou willen gaan doen, maar pas op de universiteit realiseerde ik dat pas echt. Werken onder professor Fijnaut was fantastisch en hoewel het me in eerste instantie een beetje van de wetenschap afschrikte, denk ik dat hij me uiteindelijk toch dat zetje in de juiste richting heeft gegeven. Zoveel weten van een bepaald onderwerp dat je er urenlang over kunt vertellen zonder de aandacht van je gezelschap te verliezen, jaren onderzoek doen omdat je echt het naadje van de kous wilt weten; het begon me langzamerhand steeds leuker te lijken. Maar de aha-erlebnis kwam aan Southwestern University, daar werd het ‘wat’ en ‘waar’ pas echt duidelijk. Onderwijs is leuk, maar als het persoonlijk is, is het nog veel leuker. Ontzettend leuk, zelfs—dàt wil ik gaan doen. Aan mensen trekken, omdat ze vaak veel meer kunnen dan ze zelf denken. Middelmatig is soms dan wel voldoende, maar lang niet altijd leuk. Misschien dat dat wel de belangrijkste Amerikaanse les is, tot nu toe. Je best doen, en ontdekken dat je ergens goed in bent, en niet onderdoet voor andere, bijzonder slimme mensen. Dat is gaaf. En daarom ben ik hier.

Waarom dit pad, en niet een ander? Ik weet niet. Op een zeker moment moet je een keuze maken, en hoe ik daar later op terug zal kijken weet ik niet. Maar ik weet wel dat de keus stiekem, heel misschien, wat minder impulsief is dan ‘ie lijkt.

Robert Frost zegt het nog het mooist:

The Road Not Taken (1915)

Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not travel both
And be one traveler, long I stood
And looked down one as far as I could
To where it bent in the undergrowth.

Then took the other, as just as fair,
And having perhaps the better claim,
Because it was grassy and wanted wear;
Though as for that the passing there
Had worn them really about the same.

And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I kept the first for another day!
Yet knowing how way leads on to way,
I doubted if I should ever come back.

I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I–
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference.