Dissertatie-overlevingspakket

(Almost) All But Dissertation

Even terug naar m’n dissertatie: daar ga ik binnenkort hard mee aan de slag. Ik zit nu in de fase waarin ik bezig ben met het schrijven en verfijnen van m’n onderzoeksvoorstel (dissertation prospectus) dat ik aan het begin van het semester zal moeten gaan verdedigen tegenover mijn dissertation committee. Als dat goed gaat—en dat hoop ik natuurlijk van wel—dan verandert vanaf dat moment mijn status van Ph.D. Student naar Ph.D. Candidate en classificeert het departement me vanaf dan als “ABD,” wat staat voor All But Dissertation (alles klaar, behalve de dissertatie…bijna alsof dat nog een of ander kleinigheidje is—I wish!). Hoe dan ook, het is een belangrijke mijlpaal, en één waar ik bijzonder naar uitkijk. Vooral omdat vanaf dat moment het schrijven ècht kan beginnen.

Omdat het schrijven van de prospectus een proces is van eindeloos veel versies en verbeteringen, heb ik de afgelopen tijd veel tijd doorgebracht met m’n begeleider. We hebben allebei ‘vakantie’ en dus gezellig veel tijd voor elkaar. Gelukkig is prof. Begeleider naast een bijzonder goede professor ook een sympathieke man: een Italiaanse Amerikaan uit New York die praat als een mitrailleur, gemene trekjes heeft, en van het goede leven houdt. De foto bovenaan deze post is daarvan een prima voorbeeld: Prof. Begeleider was gisteren zijn kantoor aan het opruimen en kwam zes liter wijn en een six pack tegen, die hij prompt aan mij doneerde. Needless to say: wij kunnen het wel met elkaar vinden. (Met nog een paar van deze donaties zou het schrijven van die dissertatie toch geen probleem mogen zijn…)

Maar waar ga ik dan over schrijven? Wel, het mag geen verrassing zijn dat het idee geboren is uit ergernis. Tsja, ik moet iéts met dat korte lontje, of niet? In het geval van de dissertatie kwam het initiële idee voort uit een frustratie met de organisatie van de lokale politiek in New England, en in Massachusetts/Amherst in het bijzonder.

Zonder een heel college op te zetten over Amerikaanse regeringsvormen (dat doe ik bij voorkeur alleen als ik ervoor betaald word) even een kleine samenvatting: in Nederland is op lokaal niveau de macht verdeeld tussen twee primaire actoren: het college van burgemeester en wethouders enerzijds, en de gemeenteraad anderzijds. In veel Amerikaanse gemeentes is dat niet veel anders, maar in New England vertrouwt men al sinds het begin van de Verenigde Staten vaak op een ander systeem: dat van de town meeting. Afhankelijk van de gekozen vorm werkt dat systeem op basis van directe democratie of een mix van directe en representatieve democratie. In een open town meeting mag iedereen die 18 is of ouder naar de jaarlijkse dorpsvergadering komen om te stemmen over de begroting en andere belangrijke besluiten. Tijdens deze vergadering wordt een mandaat gegeven aan het dagelijks bestuur van de gemeente, een soort wethouders—met dat verschil dat die zelf geen beleid mogen maken. In een representative town meeting, de vorm die we hier in Amherst hebben, gaat het net iets anders: er zijn 240 posities in town meeting waarvoor ieder jaar verkiezingen zijn en waarvoor iedereen zich kandidaat kan stellen. Deze 240 mensen zijn de gekozen vertegenwoordigers van de rest van de stad, en vormen de wetgevende macht op lokaal niveau net als de open town meeting dat is in andere gemeentes.

No matter de gekozen vorm, je kunt er van op aan dat deze vorm van lokale politiek een groep bijzondere gekkies aantrekt: mensen met te veel tijd en te weinig te doen, hetzij omdat ze oud zijn (vaak) of omdat ze rijk zijn (meestal). De representative town meeting voegt nog een extra probleem toe: de verkiezingen. Zie jij het voor je om in jouw district (er zijn er 10) een keus te maken uit ten minste 24, maar vaak meer kandidaten—kandidaten die vaak ook nog eens geen campagne voeren, en niet tot een partij behoren? Dat kost tijd, tijd die mensen vaak niet hebben of in ieder geval niet aan zo’n Sisyphus-taak willen besteden.

Wat is dan het gevolg? Een opkomstpercentage lager dan de gemiddelde wintertemperatuur in deze omgeving (~ 4%), een electoraat dat gemiddeld rijker, witter en ouder is dan de bevolking van de gemeente (biased electorate), politieke kliekjesvorming (de gekozen vertegenwoordigers behoren tot dezelfde groep als de stemmers) en, last but not least, een enorme onderrepresentatie van jongeren en studenten, conservatieven, armen, en anderen die niet tot de politieke incrowd behoren. En als dat lang genoeg doorgaat krijg je wat zich nu aftekent in Amherst: een establishment dat beleid maakt dat relevant is voor slechts een klein gedeelte van de bevolking. En dat maakt dit een interessante puzzel voor de politicoloog :).